Daniel Kehlmann – Het meten van de wereld

Kuifje en professor Mopperpot

Duitse roman over twee 19de eeuwse wetenschappers.

Alexander von Humboldt (1769 – 1859) was een Duitse natuuronderzoeker en ontdekkingsreiziger en de grondlegger van de bio- en botanische aardrijkskunde. Tussen 1799 en 1804 reisde hij met de botanicus Aimé Bonpland door Zuid- en Midden-Amerika waar hij zoveel mogelijke dingen in de natuur probeerde te ontdekken waaronder nieuwe planten en dieren, maar ook een verbindingskanaal tussen de rivieren de Orinoca en de Amazone. Hij had een goeie 20 jaar nodig om de bevindingen van deze reis op papier te zetten.

Carl Friedrich Gauss (1777 – 1855) was een Duitse wiskundige wetenschapper en vooral geïnteresseerd in diverse methodes voor het meten. Niet alleen van land, maar ook de afstanden tussen de sterren en de aarde en andere parellen die op de wereld bestaan. Gauss reisde niet graag en is zijn hele leven dan ook niet buiten de grenzen van de toenmalige Duitstalige staten geweest.

De Duitse schrijver Daniel Kehlmann (1975) debuteerde op zijn 22ste en publiceerde vervolgens 6 romans waaronder Ik en Kaminski. In Het meten van de wereld heeft hij de droge kost van de wetenschap omgezet in een zeer sappig verhaal over twee wetenschappers waarvan de een de wereld doorkruiste en de ander bijna de deur niet was uit te krijgen.

Toch moet Gauss in 1828 op reis van zijn woonplaats Göttingen naar het verre Berlijn om een conferentie van natuurwetenschappers bij te wonen en om Alexander von Humboldt te ontmoeten. Wanneer zij samenkomen zijn ze oud en beroemd, maar bokkig en nors, en hebben ze elk een eigenzinnige kijk op de wereld waarin onder andere Kant en Goethe rond wroeten in de filosofische wetenschap en Napoleon zijn best doet Europa te veroveren. Frankrijk is al verlicht, maar Duitsland is nog een sluimergebied.

Humboldt is een man die het leven neemt zoals het komt en totaal niet bang is voor vreemde dingen en uitdagingen. Gauss is een rechtlijnige man die opgesloten in zijn eigen wereld het liefst geen boodschap heeft aan de rest van de mensheid. Humboldt is totaal niet in vrouwen geïnteresseerd en Gauss is een keer verliefd geweest, maar nadat hij deze liefde heeft veroverd, getrouwd en zij gestorven is, gaat hij een tweede huwelijk zonder liefde aan, omdat dat nu eenmaal zo moet.

Beide wetenschappers worden als karikaturen van zichzelf neergezet. Humboldt liet zich op zijn verre reizen niet bang maken door menseneters, noch door snel stromende rivieren of hoge vulkaantoppen waarin hij afdaalde. Hij behandelde zijn collega Bonplan als een knecht en verovert de wereld als Kuifje in een van zijn vele avonturenstrips.
De scènes met Gauss, die almaar loopt te rekenen en zelfs in zijn huwelijksnacht nog van bed opstaat om een formulering neer te krabbelen, zijn vooral kluchtig door zijn nietsontziende botheid.

En zo heeft Kehlmann door zijn onderhoudend luchtige schrijven twee in hun tijd beroemde mannen uit de 19de eeuw in het voetlicht gezet die voor hedendaagse niet-wetenschappers misschien altijd onbekend zouden zijn gebleven. Uit die tijd vol verlichting en grote mannen heeft Kehlmannn Alexander von Humboldt en Carl Friedrich Gauss uit hun wetenschappelijk schemergebied gehaald en er een prachtige roman over geschreven, tegelijkertijd op de achtergrond een eeuw neerzettend waarin niet alleen geografische grenzen werden verlegd maar vooral wetenschappelijke grenzen.

Daniel Kehlmann – Het meten van de wereld (Die Vermessung der Welt, vert. Jacq Vogelaar) Querido, 2006

Leeslinks

Van dezelfde schrijver:

Tijl
Roem
Ik en kaminski

Wetenschap en literatuur:

Thorkild Hansen – Het gelukkige Arabië
Apostolos Doxiadis – Oom Petros en het vermoeden van Goldbach
Michael Roes – Leeg kwartier. Rub’ Al-Khali
Gavin Menzies – 1421. het jaar waarin China de Nieuwe Wereld ontdekte.
Mark Kurlanski – Het boek van zout

Roman die in dezelfde tijd speelt:

Per Olov Enquist – Het bezoek van de lijfarts

Haat en nijd onder professoren:

Zadie Smith – Over schoonheid
Miquel Bulnes – Lab