Juan Rulfo – Pedro Páramo

Vraag het aan de doden

Mexicaanse roman over een zoon die zijn vader zoekt en alleen doden treft.

In 1947 kwam Onder de vulkaan van Malcolm Lowry uit, een roman over een aan alcohol verslaafde Britse consul in Mexico, die tijdens de Dag van de Doden, op 1 en 2 november, dronken tussen de feestvierende dorpelingen ronddwaalt. Het is een levendig en kleurrijk feest, waarop wordt geloofd dat de eerste dag de geesten van de kleine kinderen terugkomen, op de tweede dag is het de beurt aan de volwassenen. De Mexicanen zijn dan ook heel vertrouwd met hun doden. Acht jaar later kwam de Mexicaanse schrijver Juan Rulfo (1917 – 1986) met een verhaal over een verlaten dorp vol fluisterende doden: Pedro Páramo. Deze roman, inmiddels een Mexicaanse klassieker, trok de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Márquez vlot tijdens een writers blok, waarna hij genoeg inspiratie kreeg om zijn beroemde roman Honderd jaar eenzaamheid te schrijven.

Verstrikt raken in een net van doden

De roman Pedro Páramo gaat over de jongeman Juan Preciado, die zijn moeder op haar sterfbed belooft dat hij zijn vader zal opzoeken in het kleine stadje Comala. Wanneer hij er aankomt, zijn de huizen vervallen en het stadje lijkt uitgestorven, ook al zijn er genoeg stemmen te horen, en zelfs een paard dat vaak heen en weer galoppeert. Langzaam beseft Juan dat het de doden zijn die, vereerd met zijn bezoek, hem omringen met attenties en verhalen. Over zijn vader die niet alleen regeerde over zijn enorme ranch Halve Maan, maar ook het dorp terroriseerde met zijn lust voor macht en vrouwen. Hij had maar één echte liefde, en die bleef onbeantwoord. En zo grijpen de doden Juan Preciado met hun ontboezemingen en verhalen over zijn vader en het witte dorp waar zijn moeder mooie herinneringen had liggen. De arme jongen weet niet meer wie leeft en wie niet en raakt verstrikt in het net van de doden.

Doden die blijven voortleven

Het verhaal is lang niet zo kleurrijk als Onder de vulkaan of Honderd jaar eenzaamheid, maar ademt wel eenzelfde kleine chaos uit, die er nu eenmaal bestaat wanneer levende en dode mensen om elkaar heen draaien. Door hun verhalen, verteld vanuit verschillende hoeken, krijgen we een beeld van de gemene streken van Pedro Páramo die de omgeving naar zijn hand zette en op koelbloedige wijze land en vrouwen vergaarde. Het geeft een goed beeld van het feodale stelsel dat ooit Mexico en andere delen van de wereld beheerste. En het laat zien dat het dodenrijk nog heel wat praatjes kan hebben.

Voor Gabriel Garcia Márquez gaven de doden hem de ruimte voor nog meer perspectief in zijn verhalen. De dood hoeft geen einde van een verhaal te zijn en zo ook voor Pedro Páramo, die blijft voortleven in alle roddels en achterklap die de doden én de levenden blijven spuien. Zo kan Juan zich een beeld vormen van zijn vader.

Een Mexicaanse klucht

Terwijl de huizen donker en in verval zijn, de regen neerklettert en de zon zich niet vaak laat zien, heeft deze roman de vrolijke neiging om een klucht te zijn. Juan Rulfo spaart zijn karakters niet. De meesten worden misbruikt door Pedro Páramo of eigen familie en zijn te simpel om in opstand te komen. Misbruik, inteelt en moord, het leek wel schering en inslag in het dorp dat Juans moeder ooit achterliet.

De roman doet denken aan de onlangs uitgekomen Spaanse roman Ik gaf je ogen en je keek in de duisternis van Irene Solà, over een huis vol vrouwen van eenzelfde familie die ook vanuit hun graf het verhaal levendig houden. Een wel heel duister verhaal over misbruik en het leven in onrustige tijden op het platteland. De roman Pedro Páramo is weliswaar met minder explosieve woorden geschreven en is minder spectaculair, maar heeft wel dezelfde luchtigheid. Het verhaal over Pedro Párámo doet veel meer denken aan Onder de zoden van de Ierse schrijver Maírtín Ó Cadhain, die de doden in hun graven maar door laat jeremiëren, zodat er een vermakelijk beeld ontstaat van hun samenleving boven de grond. De roman is doorspekt met streektaal, net zoals ook Juan Rulfo een plaatselijke spreektaal hanteert. Wat de vertaler Jos den Bekker niet heeft omgezet in Nederlandse spreektaal, daar dat raar zou staan.

Onderhoudende roman

De klassieker Pedro Páramo is een onderhoudende roman over de doden die onverstoord door leven terwijl ze commentaar geven op hun wereld die allang niet meer bestaat. Over het feodale Mexico en de doden die niet alleen op 1 en 2 november terugkomen, maar ook in romans.

Juan Rulfo – Pedro Páramo ( Pedro Páramo, vert. Jos den Bekker), Meulenhoff 2026

Leestips
De doden spreken:
Irene Solà – Ik gaf je ogen en je keek in de duisternis
Maírtín Ó Cadhain – Onder de zoden
Het feest van de doden:
Malcolm Lowry – Onder de vulkaan
Geïnspireerd door de doden van Juan Rulfo:
Gabriel Garcia Márquez – Honderd jaar eenzaamheid
Ten strijde voor de armen:
Isabel Allende – Zorro