Michael Christie – Greenwood

Een boom van een roman

Canadese familieroman over het behoud van bomen.

Wie dit boek heeft gelezen, zal anders tegen bomen aankijken. Het is een ode aan bomen, hun jaarringen als de telgen van de familie Greenwood. Het verhaal beslaat meer dan een eeuw en in die eeuw gaan er zoveel bomen ten onder aan klimaatverandering en menselijk ingrijpen (eigenlijk is de klimaatsverandering deels een gevolg van menselijk ingrijpen), dat er in 2038 in Canada een eilandje bestaat, De Bomenkathedraal van Greenwood, waar alleen de rijken der aarde het zich kunnen permitteren om er vakantie te houden en zich er te laven aan nog een van de zeldzame oerbossen op de wereld.

Jake, een afgestudeerde bomenexpert, mag blij zijn dat ze gids kan zijn op het eiland, waar de stofstormen en de droogte, die elders in de wereld veel mensen het leven kosten, nog geen grip op hebben. Ze leidt de Pelgrims, zoals de toeristen daar worden genoemd, rond. En moet vertellen over hoe de aarde nog niet verloren is, dat de bomen nog de kracht hebben te overleven; fabeltjes in Jakes’ ogen, die wel gelooft in de grote apocalyps. De strenge regels voor het personeel maakt het leven er niet zo idyllisch als de bomen willen doen geloven. Had ze het geld niet nodig, dan was Jake allang vertrokken naar oorden waar ze in ieder geval vrij was. Dan staat opeens het verleden tegenover haar en krijgt ze een ongelooflijke kans aangeboden: eigenaar worden van de Bomenkathedraal van Greenwood.

Hier vangt een familiegeschiedenis aan van mensen die allesbehalve geluk troffen in het leven. Beginnend bij een treinongeluk, waarbij twee jongetjes het overleven en ook al zijn ze geen broers, zo worden ze wel opgevoed. Op spartaanse wijze, door een dame die ze op haar grond laat opgroeien. Daar leren Harris en Everett met hout om te gaan: ze bouwen hutten, hakken hout om zich op te warmen en later om te verkopen, ze bewerken hout en leren van bomen te houden, ook al ziet vooral Harris bomen als een verdienmodel.

Everett komt in het leger terecht, waarmee hij in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog ten strijde trekt en de gewonden en doden van de slagvelden draagt. Hij komt getraumatiseerd terug. Terwijl Harris een groot houtimperium opbouwt, trekt Everett als zwerver per trein door de staten van Amerika.

Willow is de dochter van Harris, die zich tegen haar vader afzet en een milieuactiviste wordt. Wanneer haar zoon is geboren trekt ze met hem in een oude Westfalia door het land en pleegt kleine sabotages om bomen te redden van de kap. Liam zal later houtbewerker worden en een kind krijgen, dat hij nooit ziet.

De familie van Jake bestaat uit excentrieke mensen. De rijke, maar bijna blinde Harris met zijn geheime liefde, Everett, de rouwdouwer die tenslotte helemaal smelt wanneer hij leert wat liefde is. Willow, die al drinkend en rokend haar steentje probeert bij te dragen aan een betere maatschappij, de onzekere Liam, die een meesterstuk uit hout maakt, maar die dat net zo snel weer vernietigt.

We reizen door de jaren dertig, berucht om zijn sociale armoede en waarin Amerika werd getroffen door vreselijke droogten, gevolgd door allesverwoestende stofstormen, de wereldoorlogen, de jaren ‘60 waarin hippies door het land trokken, de jaren 80-90 toen de yuppies regeerden, tot in de toekomstige jaren waarin de bomen op uitsterven na dood zijn. Dan belemmeren stofstormen steeds meer het leven, raast een verstikkende stofhoest als een dodelijk virus over de wereld, raken wegens droogte en hitte veel streken onbewoonbaar en alleen de rijken lijken nog vooruit te kunnen. Een tanende wereld waarin de president van Canada de machtigste man op aarde is, en het land zelf het minst getroffen door de milieucrisis.

Deze doembeelden hangen als een waarschuwing boven de familie: Harris’ schuld aan het kappen; de rest van de familie probeert deze fout om te keren. Maar juist door onderhoudende scènes, die veelal verrassen met buitenissigheden, is dit geen boek dat zwaar op de maag ligt, zoals bijvoorbeeld De weg van Cormac McCarthy. Het boek slaat nergens een al te zware of belerende toon aan. Bomen staan centraal in dit familiedrama, waarin de familieleden Greenwood stuk voor stuk toch een stukje sympathie winnen van de lezer. Wat voor een fijn leesplezier zorgt, terwijl de moraal ook best wel blijft hangen.

Michael Christie – Greenwood (Greenwood, vert. Anke ten Doeschate), Signatuur 2020

Leeslinks
Over een vijgenboom:
Elif Shafak – Het eiland van de verdwenen bomen
Over houthakkerskampen:
Karl Marlantes – De rivier
Ron Rash – Serena
Milieuromans:
Jonathan Franzen – Schokgolven
Frank Schätzing – De zwerm
Ilija Trojanow – Smeltend ijs
David Guterson – Onze Lieve Vrouwe van het woud
Robert Menasse – Kentering
Geen bomen, maar watertekort:
Cynan Jones – De wetten van water
Assaf Gavron – Hydromania
Wanneer een virus de wereld bedreigt:
John Ironmonger – De dag dat de walvis kwam
Margaret Atwood – De Maddaddam trilogie