John Boyne – Dief van de tijd

De vloek van de Tommy’s

Ierse roman over man die 256 jaar oud is.

De oorspronkelijk Franse Matthieu Zéla ziet er uit als iemand van rond de 50, maar zijn echte leeftijd is 256 jaar. Toen hij de 50 bereikte is hij gewoon nooit meer ouder geworden en zo komt het dat Zéla nog voor de Franse revolutie het ruime Noordzee-sop zocht om in Dickiaans Engeland terecht te komen, waarna hij overal op de wereld, maar vooral in Europa, heeft gewoond. Hij stuitte daarbij op verschillende wereldse gebeurtenissen die van de Franse revolutie lopen, wereldtentoonstellingen, de eerste Olympische Spelen, de grote Beurskrach in Wallstreet tot aan het nieuwe mediagebeuren van televisiesoaps in Londen toe. Daarbij heeft Zéla een fors stel historische mensen de hand kunnen schudden, van Robespierre, de Amerikaanse president Hoover tot aan Charlie Chaplin toe.

Zijn grootste zorg is niet het geld verdienen – hij heeft in de loop van zijn zeer lange leven reeds een groot kapitaal vergaard. Nee, in 1999 besluit Zéla dat het moet zijn afgelopen met de vroege teloorgangen van zijn vele neefjes Thomas, Tom of Tommy’s. Zelf kinderloos heeft hij altijd te maken gehad met de zorg voor neefjes, die onveranderlijk iets van Tommy heetten en die onveranderlijk, meestal door eigen toedoen, vroeg de dood vonden. Begonnen met de nazaad van zijn kleine broertje Thomas, voor wie hij de zorg had nadat zijn vader zijn moeder had vermoord, vindt Zéla het nu welletjes en probeert het lot van zijn huidige neef en beroemde soapster Tommy af te wenden, die aan de drugs vroegtijdig ten onder dreigt te gaan.

Je zult het idee maar hebben om de spanne van ruim 250 jaar geschiedenis in een boek te willen vatten. De jonge Ierse schrijver John Boyne kreeg zo’n ingeving omdat hij gefascineerd is door geschiedenis. Voor dit boek heeft hij zijn favoriete periodes uit de kast gehaald. Nu kunnen historische romans zeer boeiende boeken opleveren, voornamelijk door sfeerbeelden uit een andere tijd en het hoe en wat van een historische gebeurtenis. Boyne schijnt daar echter niet zozeer door te zijn geboeid. In zijn boek moeten de historische gebeurtenissen en tijden het doen met hun naam en de vernoeming van hun voornaamste helden. Hoe kan dat ook anders in één boek, springend van de sombere Dickiaanse tijd in Engeland, naar de Franse revolutie in 1789, naar een Wereldtentoonstelling in 1851, naar de eerste Olympische Spelen in 1896 in Athene, naar verhalen over het Hollywood met Charlie Chaplin van de jaren 20, naar hedendaagse televisiesoapstudio’s in Londen. En dat allemaal beleefd door één persoon. Hoewel het idee leuk is, is het jammer dat het boek geen geschiedenislijn volgt. Zowel niet van de wereldlijke hoogte- en dieptepunten, als van de hoofdpersoon Matthieu Zéla.

De enige verhaaldraad van het boek bevindt zich in de hoofdstukken over Zéla’s neefje Tommy in 1999. De andere hoofdstukken zijn stuk voor stuk kleine verhaaltjes die verspringen in tijd en schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, behalve dan dat ze een en dezelfde hoofdpersoon hebben, die afhankelijk van zijn toenmalige vriendinnetje of vrouw, de hele wereldbol rondsjokt. Waardoor de avontuurlijke hoofdstukken toch wel een beetje op elkaar lijken, want Boyne is nog niet zo begaafd met zijn pen – of heeft zich niet grondig genoeg voorbereid op deze roman – om de verschillende tijdperken en landen met geuren en kleuren te beschrijven waardoor ze redelijk onderscheiden kunnen worden. Daar komt bij dat de hoofdpersoon een vrij bloedeloos relaas doet van zijn lange lange leven en hij de moderne rage van ‘names dropping’ lijkt te beoefenen. Maar ja, namen van beroemdheden zijn niet altijd voldoende om een tijdperk te doen herleven.

Het boek blijft steken in een soort avonturenroman voor mensen die het leuk vinden om flauwtjes aan de oppervlakte van de geschiedenis te dobberen. John Boyne moet uitkijken naar wat kleurrijkere hoofdpersonen en moet zich meer verdiepen in historische romans.

John Boyne – Dief van de tijd (The Thief of Time, vert. Ronald Cohen) Cargo, 2002

Leestips
Van dezelfde schrijver:
Water
Amerikaanse roman over een 100-jarige vrouw:
Bruno Maddox – Mijn kleine blauwe jurk
Over een andere man die maar niet kon sterven:
Timothy Findley – Pelgrim