Téa Obreht – Achterland

Het wonderbaarlijke verhaal over een kameel

Amerikaanse roman over kamelen en het wilde westen van Amerika.

Kamelen in Amerika? Ja, ze waren er en zwierven gedurende een korte periode zelfs rond in het wild. Midden negentiende eeuw importeerde het leger een aantal kamelen om militairen door onbewoonde, dorre en ruige streken te helpen. De eerste 33 kamelen van het Amerikaanse Kamelen Korps kwamen op 14 mei 1856 aan wal op Amerikaanse bodem, een jaar later volgden nog eens 41 kamelen, die waren vergezeld van negen inheemse kamelendrijvers, waaronder Hi Jolly uit Turkije.

Stel je eens voor: tijden waarin de communicatie nog van persoon tot persoon ging, brieven per postkoets en de eerste tijdschriften en kranten mondjesmaat uitkwamen in dat allemachtig grote Amerika. Wanneer je in een achteraf streek woonde, had je geen idee van het bestaan van een kameel, laat staan dat je hem zou herkennen wanneer er eentje door je tuin banjerde.

Het overkwam de kleine Toby, die sindsdien beweerde dat er in de buurt een monster rondliep: een naar boven gegroeid paard. Nora, zijn moeder, denkt dat het joch beïnvloed door zijn angsten, spoken heeft gezien en wil hem niet geloven, noch Josie, het nichtje van haar man die bij hen in huis woont en wordt gebruikt als meid, die beweerde dat het monster echt was.

Nora woont op een boerderij even buiten Amargo, een klein dorp in Arizona, waar het moderne Amerika nog op de drempel aarzelt om binnen te komen. Haar man Emmett, een krantenuitgever, is hun waterleverancier gaan zoeken, omdat ze door de droogte niets meer te drinken hebben. Hij is al enkele dagen weg en haar oudere zoons Rob en Dolan geloven niet meer in hun vaders terugkomst. Ook zij zijn op pad.

De andere hoofdpersoon in het boek is Lurie, een jongetje dat met zijn vader vanuit een van de Slavische landen, toentertijd nog het Ottomaanse rijk, naar Amerika emigreerde en als jonge wees lijkenpikker werd, zich later bij een bende broers aansloot, tot hij iemand vermoordde en op de vlucht moest. Na wat omzwervingen kwam hij in 1856 aan in Indianola, waar hij op een schip kroop, waar hem het beste van zijn hele leven overkwam: hij zag voor de eerste keer Burke.

Burke is een van de kamelen die aankwamen in Amerika. Tezamen met Hi Jolly, die eigenlijk Hadji Ali heette, maar in Amerika Jolly werd. Hij werd schoorvoetend een goede vriend van Lurie, die werd herdoopt als Misafir. Samen met het leger trokken ze vanuit Texas woestijnen en andere dorre gebieden door, op zoek naar waar ze nodig waren, dwars door het wilde westen, waar de meeste indianen al verslagen waren.

Hernan Diaz wist in zijn roman In de verte al zo goed de genadeloosheid van dit land en zijn immigranten te beschrijven. Het doet ook denken aan het prachtige werk van Cormac McCarthy (De grenstrilogie), die zo fraai de hardvochtige natuur van zuid-west Amerika kan beschrijven. Obreht doet er een schepje bovenop: haar verhaal wordt bevolkt door immigranten uit alle uithoeken van de wereld, maar ze neemt ook kamelen op in haar verhaal, net zoals de doden een grote rol spelen.

Lurie kan overleden mensen zien. Sommige doden blijven hem zelfs achtervolgen met hun onhebbelijkheden, zoals Hobb, die Lurie blijft aanzetten tot kleine diefstallen. Lurie ziet de doden van slagvelden, immigrantenkaravanen, indianen en kinderen; hij komt ze overal tegen, maar zorgt ervoor ze uit de weg te gaan.

Nora praat met haar dochter, die als baby overleed. Ze kan het zichzelf niet vergeven dat ze Evelyn is verloren. Niemand zou dat kunnen, wanneer je haar verhaal hoort. Voor Nora is Evelyn gewoon meegegroeid met de tijd, niemand die haar zo goed kent als haar dochter.

Zowel Nora als Lurie zijn eenzame zielen in een Amerika dat zich in rap tempo vult met zich vestigende oud goud- en gelukzoekers en immigranten en waar treinen en telefoons het onmogelijke land eindelijk weten te temmen. Nora draagt heel veel kwaadheid in haar ziel, is niet aardig tegen arme Josie, noch tegen haar kinderen. Lurie is een klein, voortvluchtig boeffie, dat gezocht wordt voor moord en best wel wat op zijn geweten heeft. Maar we gaan van beide hoofdkarakters houden, dankzij het geweldige schrijven van Obreht, die hun zielenroerselen op zo’n mooie manier blootlegt en een beetje magisch surrealisme op natuurlijke manier door haar verhaal saust.

Obreht bewees met haar eerste roman De tijgervrouw van Galina al wat voor een goeie verteller ze is. Ook al is het uitgangspunt van dit nieuwe verhaal historisch, Obreht heeft haar verteltalent losgelaten op die rare maar nobele kamelen, die als mythische kermisattrakties door Amerika stampten, op Nora, een eenzame vrouw, die rouwt om haar fouten en andere dingen die ze miste in haar leven, en op Lurie die ook een verleden heeft te betreuren, maar al zijn liefde heeft gezet op kameel Burke, aan wie hij op aandoenlijke manier zijn bewogen levensverhaal vertelt.

Het einde van het verhaal is verrassend wreed en mooi, een heel pak zakdoeken waardig. Eigenlijk wel het gehele boek, dat zo mooi, licht en poëtisch is geschreven, maar zoveel levens raakt, in een tijd die we eigenlijk alleen kennen van indianengevechten, vrijgevochten cowboys en bloederige overvallen. Hun verhalen hangen als lange schaduwen aan de bladzijden. Meer dan welke western ook, laat dit boek zien hoe het werkelijke wilde westen ooit was, vol vrijheid, avontuur, verrassingen, maar ook heel veel eenzaamheid en gruwelijkheid. Het is een boek waarvan je niet wilt dat het eindigt. Maar Nora moet haar trots opzij zetten en handelen, net zoals Lurie niet eeuwig op de vlucht kan blijven.

Téa Obreht – Achterland (Inland, vert. Ine Willems), Signatuur 2019

Leeslinks

Van dezelfde schrijfster:
De tijgervrouw van Galina
Over de wilde jaren in Amerika:
Hernan Diaz – In de verte
Isabel Allende – Fortuna’s dochter
Patrick DeWitt – De gebroeders Sisters
Alissa York – Vreemde ogen
Arthur Japin – De overgave
John Williams – Butcher’s crossing
Goudzoekers in Nieuw Zeeland:
Eleanor Catton – Al wat schittert 
Het woeste grenslandschap van Amerika en Mexico:
Cormac McCarthy – De grenstrilogie
Over een kameel in Australië:
Robin Davidson – Sporen in de woestijn