Paul Lomami-Tshibamba – Ngando

Sprookjes uit Afrika

Verhalen uit de Belgische Kongo anno 1948.

De huidige Afrikaanse staat Democratische Republiek Congo werd van 1908 tot 1960 gekoloniseerd door de Belgen, die niet bepaald vriendelijk waren voor de lokale bevolking. Met hun nuchtere kijk op het leven, begrepen ze niet veel van al het bijgeloof en rijke tradities die vooral op het platteland floreerden. De zwarte inwoners gaven de witte overheersers de schuld van het wegvallen van steeds meer rituelen en andere gewoonten, vooral in de grote steden.

Dit was de Congo waar Paul Lomami-Tshibamba (1914 – 1985) in werd grootgebracht. Hij groeide uit tot een schrijver en begon met het publiceren van anti-koloniale artikelen, wat hem alleen maar zweepslagen, dagen in de gevangenis en tenslotte een gedwongen verblijf in de Franse Congo (Brazaville) opleverde. Toen de Congo onafhankelijk werd en de Belgen het land verlieten kon Lomami-Tshimamba weer terug naar zijn eigen land, waar hij de politiek in ging, maar hij bleef vooral bekend als de grote schrijver van de Congo.

Een kleurrijke geestenwereld

Ondanks zijn anti-koloniale instellingen leverde zijn novelle Ngando hem in 1948 de eerste prijs op van de Foire Coloniale te Brussel, een Belgische literaire manifestatie voor voornamelijk in het Frans schrijvende Congolese auteurs, die met autobiografieën kwamen, met verhalen over stamhoofden of met onderhoudende volksvertellingen. Ngando wordt gezien als de eerste Congolese roman en gaat over een reusachtige krokodil die een spijbelend schooljongetje ontvoert.

Hierin geen echte politiek, op wat sneren tegen witte mensen na. Het accent van de roman ligt op de lokale bevolking: hun tradities, geloven en hun leven. En wat voor een leven! Drie verhalen spelend in het gebied rondom Kinshasa en Brazzaville, waar de rivier de Kongo het hart sneller doet kloppen. Een land met weliswaar witte overheersers, maar waar vooral geesten en tovenaars het voor het zeggen lijken te hebben. Een gebied waar je niet vreemd moet staan te kijken, wanneer je opeens in een stad onder water terechtkomt. Een gebied waar de mensen, zoals overal elkaars vrienden zijn, maar zich ook tegen je kunnen keren, mochten de machtigen daarover zo beslissen.

Afrikanen leven dicht op de natuur, die gevaarlijk kan zijn: je hebt een heel scala aan dieren die je maar beter niet onbeschermd kunt tegenkomen. Er zijn gebieden die je moet mijden omdat er kwade geesten wonen, de rivier heeft zo zijn fratsen en muggen brengen malaria. De bevolking heeft geleerd om te gaan met het feit dat je op een dag gewoon over het verkeerde pad loopt. Ze hebben volop verhalen paraat om een draai te geven aan wat je zoal kan overkomen. Zoals een krokodil die je kan ontvoeren omdat ergens een boze tovenaar het op je heeft gemunt.

Ngando

Het overkwam Musolinga, een jongetje dat liever met zijn vriendjes bij de haven ging zwemmen dan naar school gaan. Een krokodil greep hem en bracht hem naar het eilandje Mbamu, waar mensen zich illegaal hadden gevestigd en waar tovenaars, geesten en ander bovenaards gespuis in de nachten wrede rituelen hielden. Het is een spannend verhaal over hoe de vader van Musolinga zijn zoontje probeert te redden uit de klauwen van een menigte enge wezens die niet zouden misstaan in een horrorfilm.

Geneeskunde bedrijven

In het tweede verhaal, Geneeskunde bedrijven, halen mensen een dorpsgenoot terug uit een ziekenhuis en verhuist een heel dorp naar het bos om de straf van een katoenopkoper te ontlopen omdat ze hun quotum niet hebben gehaald. Ook dit is weer een rijk verhaal waarin heel wat personen de macht naar zich toe trekken.

De legende van Londema, opperleenvrouw van Mitsue-ba-Ngomi

Het derde verhaal, De legende van Londema, opperleenvrouw van Mitsue-ba-Ngomi, gaat over twee kinderen die wees worden en tenslotte eindigen in een stad onderwater. Wederom een rijk en bont verhaal, over jaloersheid en broodnijd, tegen een onderhoudende en fantasierijke achtergrond, met de meest uiteenlopende dieren en andere wezens.

Bijzondere uitgave

De drie wervelende verhalen geven ons een kijkje in de rijke vertelkunst van Afrika. Vol met wonderlijke wezens en tovenaar-achtige mensen, die ver boven de medicijnmannen uitstijgen, die we kennen uit andere Afrikaanse verhalen. Het zou zomaar een geweldige achtergrond kunnen zijn voor een Afrikaanse Lord of the Rings. Tegelijkertijd geeft het enigszins weer hoe de toenmalige koloniale tijd was, waarin de zwarte bevolking werd geconfronteerd met mensen die niet meegingen in hun geloven en geen verhalen gebruikten om het leven uit te leggen. Die in plaats van goden aanroepen, zelf heelmeesters speelden in ziekenhuizen.

Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1948, met een voorwoord van de schrijver zelf. Ngando werd in 1982 opnieuw gepubliceerd bij een andere uitgever, met een voorwoord van Mukala Kadima-Nzuji, een schrijver en dichter uit Congo-Brazzaville. Tientallen jaren later werd de Nederlandse vertaling van Manik Sardar door De Geus gepubliceerd. Besloten werd ook beide voorwoorden mee te nemen, voorafgegaan door een uitgebreid derde voorwoord, door de Congolese/Belgische schrijver en cultuurwetenschapper Sibo Rugwiza Kanobana.

Dankzij deze interessante voorwoorden (bijna een verhaal op zich) en de drie verhalen is Ngando een bijzondere uitgave, die niet alleen voor sprookjesliefhebbers is, maar ons ook een kijkje gunt in het Afrikaanse leven uit de jaren veertig. Het is een rijke achtergrond, waarbij de sprookjes van Grimm maar mager afsteken.

Paul Lomami-Tshibamba – Ngando (Ngando, vert. uit het Frans: Manik Sandar), De Geus 2023

Leestips
In de Belgische Congo:
Barbara Kingsolver – De gifhouten bijbel
Joseph Conrad – Hart der duisternis
Verhalen uit Afrika:
Gurnah Abdulrazak – Hiernamaals
Namwali Serpell – De rook die dondert
Jennifer Nansubuga Makumbi – Kintu
Mohamed Mbougar Sarr – De diepst verborgen herinnering van de mens
Amadou Hampâté Bâ – In het voetspoor van de vertellers
Ben Okri – Onmetelijke rijkdom
Een rivier in Afrika:
Chigozie Obioma – De verboden rivier
Afrikaanse geesten:
Akwaeke Emezi – Zoetwater