Ra’oef Moes’ad Basta – Het struisvogelei

Aan de andere kant van de pyramiden

Mozaïek van herinneringen over liefde van een man in Egypte.

Ra’oef Moes’ad Basta werd in Soedan geboren als zoon van een koptische predikant. Zijn vroege jeugd bracht hij door in Wad Madani. Omdat de eerste kinderen in het gezin maar kort leefden, maakte zijn moeder een gelofte: als God haar kinderen nu met rust liet, zou ze de oudste zoon aan de Heer schenken. Maar ze mocht haar oudste zoon te veel en besloot hem met Ra’oef Moes’ad om te wisselen, zodat deze de godsdienst was voorbestemd. Het lot besliste anders. Ra’oef Moes’ad kwam in aanraking met linkse en communistische groeperingen, werd in 1960 opgepakt en bracht vier jaar door in gevangenissen.

Zijn moeder was Egyptische en wilde al snel terug naar Egypte, waarop het gezin naar Luxor verhuisde. En vervolgens naar Caïro en verder naar Alexandrië, waar nog steeds familie van de schrijver woont.

Zo heeft Ra’oef Moes’ad al veel van de wereld gezien, voor hij zijn vleugels uit kon slaan. Reizen over de ruggegraat (De Nijl) van Egypte naar en van Soedan. En in de vele huizen waar het gezin woonde, en waar hij later woonde, hoorde altijd wel een vrouw: de werkster Riena, de overbuurvrouw Laila, de dochter van de conciërge, Sjoekryyia, Nadia en haar vriendin uit de winkel beneden… Later heeft hij ze ooit nog wel eens opgezocht of teruggezien, maar dan is toch niets hetzelfde meer.

Dan was er Nour, een Russische die in Caïro kwam werken, zijn Poolse vrouw Misja die hij in Warschau bedroog met zoveel andere vrouwen, de Syrische vrouw in Bagdad en nog vele anderen.

Maar het zijn niet alleen vrouwen die zijn verleden hebben getekend: de gevangenisjaren kwamen zwaar aan. En dan had hij nog geluk, na enkele maanden gevangenis in Caïro, kwam hij in het gevangeniskamp Oase, buiten de stad, waar het er iets menselijker aan toe ging. Vervolgens heeft hij zowel alle politiek als alle godsdienst afgezworen. Het is toch allemaal één potje nat: of je nou Jood bent, Moslim of Kopt.

Als een goeie Afrikaanse verteller beschrijft Ra’oef Moes’ad Basta in Het Struisvogelei onderwerpen die in de Arabische wereld taboe zijn: seksualiteit en politieke onderdrukking. In zijn mozaïek-vertelling springt hij van ’t ene jaar naar ’t andere, van zijn jeugd naar zijn volwassenheid, van hoerenhuizen naar zijn eigen vrouw(en), blijkt er altijd weer wat te leren en heeft elk avontuur zijn eigen waarde gehad.

Op politiek niveau is hij minder uitbundig, maar schetst hij tussen zijn erotische avonturen door een land met een ijzeren regime van Nasser, steekt hij de draak met zijn eens zo aanbeden socialisme/communisme, beschrijft hij de toestand in de gevangenissen en beschrijft hij met rake pen de meer recentere Egyptische politiek en het islamitische extremisme waaronder dat van sjeik Gabir.

Deze mengeling van politiek en erotiek geeft een sterk beeld van een land waar iedereen het eerst aan pyramiden denkt. Ook verschillen tussen Soedan en Egypte komen aan de orde. De schrijver heeft veel gereisd, heeft het communisme van dichtbij meegemaakt, heeft in de hel van Beiroet gezeten, maar weet toch met tedere pen zijn beide thuislanden te beschrijven: Egypte en Soedan. Mooi en leerzaam boek.

Ra’oef Moes’ad Basta – Het struisvogelei (Baidat an-na’ama), De Geus, 2001

Boekentips:
Over de tijd onder Nasser:
Waguih Ghali – Bier in de snookerclub
André Aciman – Uit Egypte
Over de tijd net voor Nasser:
Alaa Al Aswani – De Automobielclub van Caïro
Egypte 1981:
Nagieb Mahfoez – De dag dat de leider werd vermoord
Nog een mozaïekvertelling uit Noord-Afrika (Marokko):
Tahar Ben Jelloun – De schrijver
In de gevangenis in Noord Afrika:
Tahar Ben Jelloen – Een verblindende afwezigheid van licht