Colm Toíbín – Het huis van de namen

Wraak

Griekse mythe over Orestes herverteld.

Alweer een Griekse mythe onder handen genomen door een hedendaagse schrijver: het verhaal over Orestes, zoon van Agamemnon, zijn vrouw Klytaimnestra en Orestes’ zussen Iphigenia en Elektra. Zoals in de meeste Griekse mythen staan moord en doodslag centraal en vormt deze vorstenfamilie allesbehalve een gelukkig gezin.

Agamemnon heeft na beraad met de Goden besloten zijn dochter Iphigenia op te offeren, opdat zijn leger kan uitvaren om oorlog te voeren. Voor Klytaimnestra echter hebben de Goden hun beste tijd gehad en handelt zij op eigen houtje: wraak wegens de zinloze moord op haar dochter.

Colm Toíbín heeft het hele verhaal gestript van de Goden, de mythologische aspecten aan de kant gezet en de beslissingen overgelaten aan de mensen. Blijft over: een Shakespeareaans koningsdrama, waarin de karakters van de hoofdpersonages tot het uiterste worden gedreven.

In het eerste deel vertelt Klytaimnestra waarom en hoe ze overging tot de moord op haar man. Ze is een machtige vrouw, beseft dat geen god haar zal helpen en koerst ongenaakbaar af op haar wrede daad, waarna ze zelf de macht grijpt.

In het tweede deel is Orestes aan het woord: een jongen die de machtsstrijd vanaf de zijlijn gade slaat, maar zelf te weinig ruggengraat heeft om de machtswellustelingen genoeg tegengas te geven. Het begint al bij zijn ontvoering, waarna een ontsnapping volgt: het meeste initiatief om te overleven komt van zijn vriend Leander, die hij aanbidt.

In het derde deel komen zowel Klytaimnestra, Orestes als zijn zus Elektra aan het woord. Duidelijk is dat ze allen speelbal zijn van het lot. Klytaimnestra heeft haar minnaar onderschat, Elektra probeert zelf macht te krijgen en wanneer Orestes terug in het paleis komt, verdwijnt hij in de schaduw: zijn moeder, zijn zus en Leander zijn allen te druk met hun eigen intriges om zich iets van hem aan te trekken. Wat bij de zwakke Orestes genoeg kwaad bloed zet om te doen wat hij moet doen volgens de mythe.

Toíbín is vooral in de huid van Orestes gekropen. Het is een niet al te sterke jongen die moet opboksen tegen zijn omgeving: zijn altijd oorlog voerende beroemde vader, zijn moeder die alleen oog heeft voor wraak, zijn zus en haar intriges. Ver weg van zijn familie, met een heuse vriend aan zijn zijde, denkt hij even gelukkig te zijn. Maar de familie roept en de vetes moeten worden uitgevochten. Wanneer hij terugkomt in een paleis waar niemand te vertrouwen is, omdat ze allen een geheime agenda hebben, is er nauwelijks plaats voor de zoon des huizes. Orestes kijkt eerst lijdzaam toe, tot er een knop om gaat en ook hij zijn eer verdedigt.

Ik vond Toíbíns interpretatie niet zo sensationeel als Davids Vanns Klare lucht zwart, over Medea en Jason (van het gulden vlies), maar deze Griekse tragedie is op zijn manier ook briljant in een nieuw jasje gestoken en mooi verteld.

Colm Toíbín – Het huis van de namen (The house of names, vert. Anneke Bok), De Geus 2017

Leeslinks
Van dezelfde schrijver:
Het lichtschip van Blackwater
Nora
Nog meer over Agamemnon:
Barry Unsworth – De koningsliederen
Jacqueline Zirkzee – Mykene
Andere mythen herverteld:
Madeline Miller – Circe
Een lied voor Achilles
David Vann – Klare lucht zwart
Margaret Atwood – Penelope
Alessandro Baricco – De Ilias van Homeros
Michel Faber – Het vuurevangelie
Victor Pelevin – De helm der verschrikking
Ali Smith – Meisje ontmoet jongen
Jeanette Winterson – Zwaarte