Fouad Laroui – Judith en Jamal

Liefde overwint altijd

Satire over een liefde tussen Marokkaanse jongen en joods meisje in Parijs.

Jamal is een van oorsprong Marokkaanse jongen die een verhouding heeft met een Joods meisje, Judith. Maar hier is Judiths vader niet zo gelukkig mee. Sterker nog, hij verbiedt zijn dochter Jamal te zien, anders vallen er klappen. Maar zoals het zo vaak gaat in dat soort gevallen: de liefde is sterker. Het verliefde stel besluit dat Judith in een kast op Jamals kamer kan komen wonen, in Rue de Charonne. Met medeweten van Jamals moeder, Mina. Van Jamals vader, die zijn eigen redenen heeft om joden te haten, zullen ze niet zoveel last hebben. Die komt toch alleen maar ’s avonds laat thuis en vertrekt weer met het krieken van de morgen.

Het is Jamals neef die het verhaal vertelt, soms met inmenging van Jamal zelf, die niet wil dat zijn neef alles over hem schrijft. Dus mag hij zelf ook af en toe zijn woordje doen, of een andere versie van het verhaal schrijven. Dat doet zijn neef trouwens ook. Die schotelt ons eerst een gelukkige afloop van deze liefde voor.

Vrolijk, satirisch, humoristisch verhaal van Marokkaanse schrijver die in Parijs gestudeerd heeft, maar nu in Nederland woont en werkt. Zoals zijn vorige boek Kijk uit voor parachutisten zit dit boek weer vol satirische opmerkingen over onze multi-culturele samenleving. Speelde zijn vorige boek zich af in Marokko, dit verhaal speelt zich af in Parijs, in een straat waar veel buitenlanders wonen. Met humoristische pen, maar ook met keiharde onderhuidse spot, beschrijft Laroui personages zoals een oude Marokkaan, Abal-Khaïl, de vader van Jamal, die in de grote verdorven stad Parijs het spoor een beetje bijster raakt van zijn beschaving; van Jamal, die het leven misschien wat al te makkelijk neemt en bijvoorbeeld niet begrijpt hoe bootvluchtelingen zo snel aan een mercedes kunnen komen; hoe zijn broer Mohamed ten onder is gegaan toen hij terug naar Marokko moest; hoe vervelend een godsdienst-fanatiekeling zoals Tarik kan zijn; wat er gebeurt met mensen van het Front Nationale zoals de journalist Gluard, die weliswaar racistisch is, maar wiens favoriete eten couscous blijft.

Het plaatje is duidelijk: het valt niet mee om Marokkaan in de Westerse wereld te zijn. Vooroordelen van niet alleen westerlingen, maar ook van Marokkanen zelf maken het leven er niet aangenamer op. Leven tussen twee culturen, daar komt het op neer. Niet meer Marokkaans zijn, maar ook nog niet Westers geaccepteerd.

Toch komt er steeds meer literatuur van en over deze groep mensen. De een schrijft met gemengde heimwee over zijn roots (Abdelkar Benali, Bruiloft aan zee), de ander over zijn geschiedenis (Tahar Ben Jelloun, De schrijver). Maar Laroui kijkt niet naar het verleden: hij schrijft over de groep zoals die nu is: een groep tussen twee culturen. Dat doet hij op een tragi-komische manier. Een lach en een traan.

En weer is het ook zijn taalgebruik dat opvalt. Met ferme woorden, maar ook met verbasterde woorden, een taal tussen twee culturen, weet hij komische en onderhoudende dialogen neer te zetten. Het verhaal wordt verteld door de neef, die tevens de schrijver is, zodat hij zich vrijheden kan aanmeten, door bijvoorbeeld Jamal zelf zijn hoofdstukken in te laten kleuren, of door een fictief einde te schrijven, of een confrontatie aan te gaan met een door de uitgever ontvangen brief over zijn nog uit te komen boek. Het maakt het boek veel meer dan alleen een liefdesverhaal. De idylle tussen Jamal en Judith is dan ook niet het hoofdthema van het boek. Het hoofdthema is eigenlijk de verwijdering die is ontstaan tussen Jamal en zijn ouders. Twee culturen, die steeds verder van elkaar afdrijven. Het gaat over de verscheurdheid tussen deze oude en nieuwe cultuur. Dit toch ernstige thema weet Laroui in te kleden in een heerlijke klucht, dat nog geslaagder is als zijn vorige boek.

Fouad Laroui – Judith en Jamal, (De quel amour blessé) Van Oorschot, 2001

Leestips:
Van dezelfde schrijver:
Kijk uit voor parachutisten
De tanden van de topograaf
Over een Nederlandse leraar die verliefd wordt op zijn Marokkaanse leerlinge:
Robert Anker – Hajar en Daan
Nog meer Marokkaans/Westerse literatuur:
Hafid Bouazza – Paravion
Hafid Bouazza – Momo
Abdelkader Benali – De langverwachte
Abdelkader Benali – Bruiloft aan zee
Tahar Ben Jelloun – De schrijver
Leven tussen twee culturen:
Kader Abdolah – De reis van de lege flessen (Nederland/Iran)
Calixthe Beyala – Mama heeft een minnaar (Frankrijk/Kameroen)
Mei Ing – Naakt Chinees eten (Amerika/China)
Kenizé Mourad – De tuin van Badalpur (Frankrijk/India)