Gianfranco Calligarich – De laatste zomer in de stad

La dolce vita

Italiaanse roman over een zoektocht naar een plek in het leven.

Dit is een kleine ode aan Rome, de stad die Frederico Fellini zo frivool op het witte doek wist vast te leggen, met als iconisch hoogtepunt Anita Ekberg in de beroemde Trevifontein. Dit boek verbergt heel wat Dolce Vita-momenten. Niet alleen dwaalt de hoofdpersoon regelmatig door de nachtelijk, stille stad, zorgeloos maar met de nodige drank, er wordt ook vaak uitgerust bij een klaterende fontein, waarvan Rome er zoveel heeft. En dan is er Arianna, die met haar schoonheid en gestoorde karakter, net uit een Fellini-film had kunnen stappen. De laatste zomer in de stad kwam uit in 1973, toen Fellini’s grootste films hun fans al hadden gevonden.

Leo is de dertigjarige hoofdpersoon uit dit fraaie boek over een zomer in Rome. Dertig jaar is een gevaarlijke leeftijd: volwassen, maar nog zo jong dat het leven nog één grote, spannende uitdaging is. Opkijkend tegen mensen die het al hebben gemaakt, schuifelend tussen wat je wel of niet wilt. Waar Leo naar zoekt, is niet helemaal duidelijk. Hij heeft een baantje bij een sportkrant, ook al is hij er geen redacteur, maar gewoon een ‘tiepmiep’. Wat hij wel weet is dat hij van de alcohol af wil. En dat lukt hem aardig. Zijn leven zit in een geaccepteerd ritme, totdat hij Arianna tegenkomt. Deze prettig gestoorde dame haalt hem het bloed onder zijn nagels vandaan met haar eigenwijze aan- en afwezigheid, trouw en niet trouw. Toegeven dat hij een verhouding met haar heeft, is hem teveel.

Feesten en tochtjes door de nachtelijke stad of naar zee: la dolce vita. Met zijn zwaar aan alcohol verslaafde vriend Graziano lukt het Leo zelfs een filmscript te schrijven, maar Arianna blijft hem door de vingers glippen.

Dan breekt de warme zomer aan in de stad. Veel van Leo’s vrienden, een aantal welgesteld, nemen de benen naar koele villa’s aan zee. Ook Arianna vertrekt om zich bij vrienden in zo’n villa te nestelen. En wanneer iedereen weer terugkomt, is alles anders.

Rome met al zijn pleinen en fonteinen is misschien te groot voor Leo, die uit Milaan komt. Dromen over beroemd worden, je ondertussen laven aan andermans succes. Maar Leo is geen klaploper, ook al zoekt hij regelmatig vrienden op om te kunnen eten en drinken. Sceptisch observeert hij al die om elkaar heen draaiende mensen, waarbij feesten en alcohol de drijvende motor zijn. En waar natuurlijk het een en ander onderling gebeurt, wat de nodige spanningen oplevert. Tussen al die kleurrijke types moet de onzekere Leo zijn plek zien te vinden, waarbij de onstabiele Arianna geen al te grote hulp is.

Waar Johan Harstad de dikke, verslavende pil Max, Mischa en het Tet-offensief voor nodig had – voor een tijdsbeeld, een zoeken naar jezelf en een niet altijd lukkende liefde – gebruikt Calligarich een minimum aan pagina’s. John Carpenter schreef Vrijdagen bij Enrico’s, een boek over een groep schrijvers in de jaren ’60 aan de Oostkust van Amerika. Ook dit boek is lang niet zo compact als De laatste zomer in de stad. Je zou willen zeggen dat het boek de lengte van een Fellini-film heeft; feit is dat wanneer je eenmaal aan het boek begint, je gegrepen wordt door dit meeslepende verhaal en de straten van Rome. Een boek om in één ruk uit te lezen, wanneer de regen somber tegen het raam klettert. Het laat je verslagen achter wanneer je aan het einde bent. Een pakkend verhaal, waarvan je een andere afloop had willen hebben.

Gianfranco Calligarich – De laatste zomer in de stad (L’ultima estate in città, vert. Els van der Pluijm), Wereldbibliotheek 2020

Leeslinks:
Zoeken naar jezelf, vrienden en de liefde:
John Harstad – Max, Mischa & het Tet-offensief
Over een groep Amerikaanse schrijvers:
Don Carpenter – Vrijdagen bij Enrico’s
Rome en Fellini:
Arthur Japin – De droom van de leeuw